Hoe herken je de ziekte van Cushing?
Een van de belangrijkste symptomen is de verandering van de vacht. In de ruiperiode krijgen paarden met de ziekte van Cushing het moeilijk met de wisseling van vacht. Op bepaalde plaatsen, zoals de achterbenen en de buik, zullen de haren langer staan en soms zelfs volledig opkrullen over het lichaam.
Ook de spiermassa wordt aangetast, waardoor het lijkt alsof het paard heel snel vermagert. Op andere plaatsen ontstaan er dan weer vetophopingen. Verder is er nog het nauw verband tussen PPID en hoefbevangenheid. Bij 70% van de gevallen van hoefbevangenheid is PPID de oorzaak.
Deze paarden zijn ook vatbaarder voor infecties zoals neusvloei, hoesten en ontstoken ogen.
PPID kan op elke leeftijd voorkomen, maar de meeste paarden zijn ouder dan 15 jaar.
Wat kan je als eigenaar doen?
Als eigenaar is het essentieel om het management van het paard aan te passen. Regelmatige ontworming, tijdige hoefsmidbezoeken en een goede gebitsverzorging zijn een must. Ook een hoogwaardig, uitgebalanceerd dieet is van groot belang.
Wat kan jouw dierenarts doen?
Als eerste zal er een bloedonderzoek uitgevoerd worden. Dit zal enerzijds het vermoeden van PPID bevestigen. Anderzijds kan de dierenarts, op basis van de bloedwaarden, de evolutie van de hormoonwaarden tijdens de behandeling controleren.
PPID is een ongeneeslijke ziekte, maar kan wel goed onder controle gehouden worden met medicatie. Hoe vroegtijdiger de diagnose, hoe minder kans op bijkomende ziekteverschijnselen.
Heeft jouw paard last van chronische hoefbevangenheid of andere symptomen die hierboven vermeld staan? Contacteer ons om op PPID te testen.